Een rimpel in de polder

Eerder verschenen op Penwerk — 23.04.2017

Rijdend naar het westen kom ik regelmatig door de Flevolandse polders. Kaal, leeg, eindeloos, saai. Aardappels, uien en tulpen. Zonder tulpen, grauw en grijs. Maar vooral: plat.

De 80 km weg duikt de eerste polder in, de snelweg volgt pas later. Eerst nog langs het bos, dat snel vervaagt in fruitbomen, die nog sneller plaats maken voor dé polder.

En net als ik echt het gevoel krijg door de polder te rijden, moet ik 70 gaan rijden en schiet ik over een bult. Een grote verkeersdrempel. Schokland.

Meer dan een rimpel in de vlakte is het niet. En toch…

Schokland is een voormalig eiland in de Zuiderzee. Ontruimd in 1859 omdat de mens het niet meer kon bolwerken tegen de natuur. Nu ligt het midden in de Noordoostpolder. De ruige natuur is verworden tot een gecultiveerde vlakte, het eiland nog verder weggezakt door het verlagen van de grondwaterspiegel.

Het is smal en langwerpig. Ik loopt het in twee uur rond. De eerste keer nam ik een half uurtje meer tijd om de tekstborden te lezen en het museum in te duiken. Ik las over het harde bestaan op het eiland, het gevecht tegen het water en al lopend begon ik een idee te krijgen over hoe het geweest zou kunnen zijn.

En ik kom terug. Niet een keer, maar keer op keer. Niet vanwege de historie, niet om de prachtige natuur. Er zijn plekken met meer historische waarde, er is mooiere natuur.

Nergens wandel ik zo vaak als op Schokland. Liefst loop ik over het eiland als er niemand is. In de winter, als de kou de toerist weghoudt, de paar akkertjes zijn verworden tot vette kleibrokken en de kale takken afhangen over het pad.

Op een vroege lenteochtend, als de zonnestralen de laaghangende mist of optrekkende dauw proberen te verdringen, de mensen nog in bed liggen.

Aan het eind van een zwoele doordeweekse zomermiddag als iedereen zich opmaakt voor het avondeten en ik de warmte uit het gras zie stijgen, geniet van de zon op mijn huid, die ene kleine papaver-akker.

Maar vooral in het najaar, als ik tegen de wind moet opboksen en de regenvlagen me soms doen afvragen hoe ik nu weer zo idioot kan zijn. Als het riet en de grassen naast het eiland, bewogen door de wind, het water van de Zuiderzee proberen na te bootsen. Want dan is er de kracht van de elementen, de stilte in de bulderende wind, die, samen met een beetje besef van de geschiedenis, maakt dat ik me nietig voel.

Geef een reactie