Eten bij Kaatje

Eerder verschenen op Brei(n)werkjes – najaar 2015

Omdat ik een zuiderling ben, wordt er hier nog al eens gemakkelijk het stempel Bourgondiër op mij gezet. Nu is dat niet helemaal ongefundeerd, want al kan ik me prima houden aan de voorschriften van de diëtiste wat betreft de maaltijden en snacks ‘s avonds en overdag, bij de avondmaaltijd (het warme eten) kan ik het niet laten ten minste anderhalf keer de voorgeschreven hoeveelheid met veel smaak te verorberen. Mijn ideaalgewicht zal ik dus wel niet snel bereiken.

Toch is mijn culinaire opvoeding zeker niet met bourgondisch maar eerder met reformatorisch te betitelen. Dat mijn vader destijds een lastig eter was, speelde daarin waarschijnlijk een grote rol. Het was dus aardappelen met vlees en een keuze uit bloemkool of erwten, erwtjes met worteltjes of boontjes uit blik of glas. Want iedere groente waar nog enige structuur aan zat werd onmiddellijk in de categorie ‘konijnenvoer’ geplaatst. Oh ja, ik vergeet de witte bonen in tomatensaus. Eens in de week was er iets speciaals in de vorm van macaroni met een gebakken ei of nasi (Conimex, uit blik) met… inderdaad, een gebakken ei. In de winter werden we nog wel eens vergast op stamppot boerenkool of hutspot, die pas op ons bord belandde nadat de passe-vite (Google!) zijn werk had gedaan. De incidentele balkenbrij op zaterdagochtend en de jaarlijks terugkerende ossenhaas in cognacsaus verzachtten de ‘pijn’ nog enigszins.

Zelf gooi ik ook regelmatig etenswaren in een pan en er komt zowaar ook weer iets eetbaars uit, zeker als ik de slachtoffers van mijn experimenten moet geloven, die regelmatig lovende woorden spreken. Zelfs onze eigen pubers vragen regelmatig wanneer ik een bepaald gerecht weer maak.

En daar zit hem nu net de kneep. Ik ben namelijk een culinair barbaar, wat ik kook, kan ik maar één keer koken, want ik weet slechts bij benadering wat ik er in gooi. Daarbij -en nu rijzen de haren alle specialisten te berge- kook ik met zakjes en flesjes, die ik naar eigen believen aanvul met kruiden. Proeven tijdens het koken doe ik nooit, mijn tafelgenoten weten eerder hoe het smaakt dan ik. Toch hoor ik af en toe dat er een kok aan mij voorbij is gegaan. Vast! Op de fiets dan toch. Hoewel, ik moet zeggen, als het dreigt mis te gaan kan ik, geholpen door wat autistisch-perfectionistische trekjes, aardig wedijveren met chef Ramsey, al leef ik me dan alleen op mijzelf en het luchtledige uit.

Genoeg geouwehoer, waarom dit verhaal en wat heeft het met Kaatje te maken? Omdat ik het gevoel had dat het de lezer kan helpen een beeld te vormen van mijn ‘culinaire achtergrond’ alvorens een oordeel te vormen over dat wat ik verder te zeggen heb.

Een aantal weken geleden namelijk, ging ik met mijn vrouw uit eten bij Kaatje bij de Sluis, een toch wel gerenommeerd restaurant in Blokzijl. Nu hoor ik je denken ‘wat heeft hij daar nu te zoeken?’ Kijk, dat zit zo: een aantal maanden geleden zijn we getrouwd en onze kinderen die, zoals inmiddels bekend, mijn culinaire zijde schromelijk overschatten, hebben ons een diner voor twee bij Kaatje cadeau gedaan. Je zult begrijpen dat ik een dergelijke gelegenheid niet vaak bezoek, ik kan me vaag een diner tijdens mijn stagejaar zo’n 35 jaar geleden herinneren en verder nog een bezoek aan een restaurant, dat net een klasse lager schijnt te zitten, een jaar of 17–18 terug. Dus met recht een bijzonder cadeau!

En zo gingen wij vol verwachting, op ons paasbest -want in de reserveringsbevestiging stond dat ik in colbert diende te verschijnen- op een goede zaterdagavond naar het pittoreske Blokzijl.

Toen we de deur naderden, werd deze al voor ons open gedaan door een lieftallige dame, die onze jassen had willen aanpakken, mochten we die aangehad hebben, en ons naar onze tafel begeleidde waar zijn ons de stoel onder de k… eh, de stoel voor ons aanschoof. Dat laatste kon ik me herinneren van dat restaurantbezoek uit mijn stagejaar, toen vond ik dat nog heel bijzonder, nu enigszins hinderlijk, niet meer van deze tijd.

Wel van deze tijd, vrees ik, was tot mijn teleurstelling het interieur. De inrichting bestond vrijwel geheel uit moderne, in aardetinten uitgevoerde meubelen van deze tijd, die zo zouden zijn kunnen weggehaald uit de showroom van een meubelboulevard. Van dat spul waarvan je over vijf jaar zegt ‘dat was wat jaartjes geleden in de mode’. Ook bleken de tafeltjes akelig dicht op elkaar geplaatst te zijn. waardoor het idee van een romantisch dinertje met zijn tweetjes toch wel lichtelijk geweld werd aangedaan.

De tweede tegenvaller volgde nog voor het eten want al gauw druppelden er gasten binnen, die blijkbaar niet te horen hadden gekregen dat een colbert obligaat was en, in spijkerbroek en bont shirt, de stoel met evenveel egards kregen aangeschoven. Nu is dat laatste natuurlijk niet meer dan terecht maar toch, je voelt je behoorlijk lullig als je daar zit tussen de spijkerbroeken in vol ornaat met knellende boord en jawel: een nieuwe stropdas.

Het eten bestond volgens de cadeaubon uit zes gangen maar wij denken nu dat het er wel acht of negen geweest zijn. De gangen volgden elkaar in behoorlijk hoog tempo op, waardoor we al redelijk vroeg in de avond weer van tafel konden (zo’n 2,5 uur aan tafel). De bediening was zo druk in de weer met het in hoog tempo opdienen van de gerechten, dat het de aandacht trekken van een van de dames, toen we naar huis wilden, het enige was dat lang duurde.

Hoe anders dan bij restaurant Seidel (Vollenhove), zo’n kleine 20 jaar geleden, waar ik een avondvullend programma in een warme, ruime ambiance geboden kreeg en waar de gastheer tussen de gangen door, ruim tijd nam om mij en mijn toenmalige partner op ons gemak te stellen. Een bijzondere avond was dat (en het eten was ook in orde, met name een gerecht met varkensvlees met stukjes appel in een calvados-saus is blijven hangen).

Omdat de gangen elkaar snel opvolgden, was het maar goed dat de gerechtjes niet al te groot waren. Of eigenlijk, erg klein, één tot driehaps zou ik zo zeggen. Natuurlijk heb ik me gedragen en heb ze met muizenhapjes naar binnen gewerkt en, ik moet zeggen, de kok(s) waren er in geslaagd een palet aan werkelijk fijnzinnige smaken te creëren, in ieder hapje kregen mijn smaakpapillen weer één of vaak meerdere smaaksensaties te verwerken. Wat ik jammer vond, was dat de exquise smakende gerechten pas bij de laatste (kleine) hapjes echt begonnen te wennen, door te dringen, net op het moment dat het alweer op was en ik net misschien wel zin begon te krijgen aan meer!

Bij de koffie verzuchtte ik tegen mijn vrouw, dat ik nu best een patatje zou lusten (je weet wel: zo’n puntzak speciaal, die je halverwege moet openscheuren omdat je anders tot je elleboog vol met vette drab zit en waarbij je vingers wel moet aflikken… ). De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zij wel een vol gevoel had.

Nu, enkele weekjes later, kan ik me nauwelijks meer voor de geest halen wat ik heb gegeten. Wat is blijven hangen is de vele verschillende, bijzondere en, nogmaals, voortreffelijke smaken. Het doet me een beetje denken aan Whitney of Mariah: zo veel mogelijk laten zien dat je goed bent.

Ik zie graag wat meer Vivaldi, J.J. Cale of Mayra Andrade (Spotify!), wat meer compositie, veel meer melodie en wat minder hoge noten. Iets dat maakt dat ik na 35 jaar nog iets van heimwee krijg bij de gedachte aan gebackener Kalbsleber mit Zwiebeln bij restaurant Drietälerblick in Gutach im Breisgau (Dld.) of er nu nog voor zorgt dat ik het speeksel in de mond krijg bij de gedachte aan de bistecca pepe crema van Ristorante Da Enzo in Emmeloord, zo’n zeven jaar geleden: van de eerste hap genieten van de gekarameliseerde vleeskorst gecombineerd met het halfrauwe vlees, slechts ondersteund door een eenvoudige, niet overheersende pepersaus.

Een melodie blijft hangen, een noot niet.

Voor onze kroost nog even dit: schrik niet, we hebben een unieke avond gehad, en veel lekkers gesnoept. Heel hartelijk bedankt!

Geef een reactie