Sinterklaasgedicht

Daar zit hij dan, zo onbemind,
ons grootste kindervrind.
Zwarte Piet, wie kent hem niet,
zit hier, met veel verdriet.
Want ieder kind dat moet het leren,
wat dat is; discrimineren.

Wat is er aan de hand,
in dit eens zo mooie land,
zit hij nu werkloos te dromen.
Hoe kon het zover komen?
Waar bleven toch die waarden,
Hoe kon het zo ontaarden?

Solidariteit, wie kent het nog,
dat is al lang vergeten toch!
Zoals een eeuw geleden,
toen Sint net kwam gereden,
bepalen nu ook de regels:
wie de poen heeft, krijgt de pegels.

Privacy, eens een groot goed,
is wat verdwijnen moet.
AVG en meerderheid ten spijt,
dat recht zijn we allang kwijt.
De overheid die zegt: met reden,
en dus is dat verleden.

Dat is het eind van mondigheid,
en al’t geblaat ten spijt,
van vrijheid en democratie,
weet big brother, ja 1-2-3,
al ben je nóg zo braaf en goed,
wat jij allemaal zo doet.

Dan is er nog het grote geld,
nog meer hebben, is wat telt.
Daarvan lust het kabinet wel pap,
dus gaat ons landje nu heel rap,
onder het mom van d’economie,
duchtig over Rutte’s knie.

Dat vliegveld zal er komen,
al kost het alle bomen.
Het gepeupel dient te weten,
alleen zo verdien je eten.
De media zal ze leren,
Ze moeten consumeren.

En het volk, dat doet gedwee,
met dat hele circus mee.
De wil is zwak,
groot het gemak,
van al die luxe zaken.
Zou jij er zonder willen raken?

Een dagje shoppen in Milaan,
de auto laten staan?
Liever vliegen naar de tropen,
dan een kilometer lopen.
Consuminderen,
dat is hinderen.

En ze snellen maar voort,
slechts een enkeling die je hoort.
Ach, denkt Piet,
mij een biet,
wat heb je aan wat waarden,
zonder onze aarde.

Geef een reactie