Zit er muziek in voetbal

Eerder verschenen op Penwerk — 15.05.2017

Nederlanders zijn notoire kankeraars. Als je vaker iets van mij leest, zal je dat beamen. En dit was dé week voor kankerend Nederland. De week van de halve finales. 2x Eurovisie Songfestival en 1x Europacup. En wat gingen we lekker los!

Als het aan mij had gelegen waren deze evenementen ongezien aan mij voorbij gegaan maar ik heb een gezin en dat is nu eenmaal geven en nemen. Waarom ik vroeger niet keek?

Laat ik beginnen met het voetbal. Ooit begonnen als een leuk tijdverdrijf, is het voetbal al lang verwaterd tot miljoenenstratego. Het gaat om het winnen van de pegels. Dat het om zo veel geld gaat is de mannen op het veld soms niet eens aan te zien, het lijkt wel of ze al binnen zijn. Slechts vijf van de laatste honderd wedstrijden vond ik de moeite van het aanzien waard. Bij de andere 95 vroeg ik me na het eindsignaal af waarom ik in vredesnaam geen boek had gepakt of een mooi stukje muziek had opgezet. Je begrijpt waarom ik niet meer kijk.

Als ik het dan toch al over muziek heb, stap ik over op het Eurovision Song Contest, in betere tijden gewoon het songfestival genoemd. Nu ben ik een echte muziekliefhebber. Ik luister vaak en veel naar allerlei soorten muziek. Van middeleeuwse madrigalen tot the XX, van Scott Joplin tot Tiësto, van Focus via Doe Maar en Pink Floyd naar Avicii. Ik houd van muziek maar je hoort mij niet zeggen dat ik er verstand van heb. Mensen die er verstand van hebben zijn er al genoeg in Nederland. Ik wil gewoon iets moois horen. Laat dat nou net het probleem zijn bij dat songfestival. Het gaat te veel om het winnen, de pegels. Winnen doe je met iets waarmee je stemmen denkt te trekken. Met zo perfect mogelijke eenheidsworst, bekend in de oren liggende deuntjes of -nog erger- door juist niet de muziek maar iets extreems in de spotlights te zetten. Een travestiet met een baard bijvoorbeeld. Gelukkig is de politiek door de publieksstemmen enigszins op het zijspoor gezet, want als er iets tranen trekkend was, dan waren -nee zijn- het wel de ‘vak’jury’s waarbij je van te voren weet wie de douze points gaan krijgen.

Maar voor ons Nederland is dat Eurovisie Songfestival toch wel een geweldige uitvinding. Niet alleen de specialisten gingen helemaal uit hun bol, zelfs een toch redelijk beschaafd dagblad als de Volkskrant kon het niet nalaten de deelnemers compleet af te zeiken. De berichtjes op Twitter logen er niet om. Zelfs Trouw liet zien dat de christelijke gedachte ook daar soms ver te zoeken is. Mensen laat je in hun waarde, zeker als ze zo stinkend hun best doen.

Dit alles, uit liefde voor mijn vrouw aan de kant zettend, stond in ons hotelletje in Duitsland toch de eerste voorronde op en mocht ik meegenieten van het vocaal geweld. Al lezend ving ik van alle nummers de nodige flarden op en ook van het Nederlandse commentaar.

Dat ik weinig muziek hoorde die ik de moeite waard vond, wil weinig zeggen. Ik luister nu eenmaal liever naar Blaudzun dan naar Kensington. Het commentaar, tja, ik zal het netjes houden en daar geen woorden aan vuil maken. De kwaliteit van de zang vond ik gewoon goed. Niet altijd helemaal zuiver maar het was nu eenmaal live en de belangen groot. Alleen Moldavië en Azerbeidzjan gaven iets ten gehore dat ik vaker zou kunnen opzetten. Portugal was niet mijn ding maar bood muziek zoals het zou moeten zijn: vanuit het hart dat brengen wat je zelf mooi vindt.

Na afloop keek ik mijn vrouw met een verbaasde blik aan: geen Nederland! Maar die zouden donderdag pas komen. Waarom je dan in vredesnaam zo lang naar dit zou willen luisteren?

Maar goed. Na de dinsdag kwam de donderdag. En nu werd ik, behalve op de tweede songfestivalavond, ook nog eens vergast op de bijgeluiden van een voetbalfanaat. De liedjes werden dus nu bij tijd en wijle overstemd door oerkreten. Die horend kreeg ik de indruk dat er iets mis was met het aantal chromosomen van de scheidsrechter en dat hij daarom zondag bij Italië op het podium zou staan. Trouwens de spelers schenen ongeveer net zo veel goed te doen als de zangers en zangeressen. Want ook die konden deze avond ze niet veel goeds doen. Veel mainstream, en week het er vanaf, dan zorgde de commentator er wel voor dat niemand het meer leuk vond. Even wat positiefs tussendoor, Og3ne deed het gewoon goed. Jammer dat het liedje ook niet echt een hoogvlieger is. Bulgarije was voor mij het enige liedje waarvan ik dacht dat het wel eens hoog zou kunnen komen. Ik was aangenaam verrast toen ik later het liedje nog eens luisterde en hoorde dat er toch nog iets van Bulgaarse cultuur in te horen was. Dat deed Hongarije dan wel weer stukken beter. Chapeau! Al met al was het ook nu weer een teleurstellende avond. Het commentaar was bedroevend. Een rustig nummer is al gauw “terug naar Eurovisie 80”. Ja en, wat was daar mis mee? De beste Eurovisie-act ooit kwam uit de jaren 70 (Abba), de grootste hit ooit uit de 50 jaren (1958 — Volare — al heette dat nummer anders). Ook de mooiste liedjes, zoals Eres tú (1973) en L’amour et blue (1967) zijn oud. Een juweeltje als Lane Moje (2004) zou vanavond ongetwijfeld de grond zijn ingeboord.

En als je dan denkt alles gehad te hebben, komen er een paar specialisten aan het woord, zelf performers, die er helemaal geen brood in zien hun collega-artiesten volledig af te kraken. Met als triest dieptepunt iemand die het belangrijker vindt om -voor de tienduizendste keer- zijn seksuele voorkeur kenbaar te maken dan om zinnig commentaar te geven. En passant worden er wat mensen diep beledigd. Van mij mag hij mee met de, door hem zo geliefde, Israëliër om zijn oude dag in de woestijn door te brengen.

Het songfestival mag dan een vreselijk commercieel televisiegebeuren zijn met matige liedjes, de artiesten zongen over het algemeen niet slecht en waren enthousiast. Radiozenders zenden niet veel anders uit. En dan is dit nog live ook. Ik vond alleen België echt onder de maat (jammer, want het liedje was wel aardig)

Was er dan verder niets positiefs te melden? Jawel, Ajax gaat door en dat schijnt voor het Nederlands voetbal goed te zijn (en nog beter voor Ajax zelf en een aantal bedrijven die er geld uit kunnen slaan). En daarmee slaan we meteen de spijker op de kop. Voetbal en songfestival draaien alleen om het geld. Voetbal is een sport, iets dat je zou moeten doen voor de lol, niet voor het geld. Muziek is iets wat uit je hart moet komen, dat is belangrijker dan er goed aan verdienen. Natuurlijk, ook Bach was een broodschrijver maar luister eens naar bijvoorbeeld een Jonathan Richman (Affection, Abdul and Cleopatra) of het nummer van Portugal en je weet wat ik bedoel.

Wat zouden wij, de zangers en zangeressen en de voetballers een geweldige avond met veel lol hebben gehad als we de rollen op het laatste moment hadden omgedraaid; dee voetballers aan de karaoke en de zangers en zangeressen aan de bal. Zelfs Blanche zou hebben gelachen.

Geef een reactie