Gemijmer

Ik zit met een duffe kop aan de keukentafel. Het in huis heersende virusje heeft me eindelijk te pakken gekregen en omdat het met de luchtwegen van doen heeft is het meteen goed raak. Gisteren zo slap als een vaatdoek, vannacht om vier uur van bed van de koppijn, stomen, paracetamol, terug naar bed, daar mijn vrouw wakker houdend en daarom drie kwartier later maar naar de bank verkassend. Tot groot plezier van een van de katten, die me amper de tijd gunde te gaan liggen en die vervolgens, tegen mijn gezicht aan liggend, probeerde mijn trui vakkundig te molesteren met haar nagels. Dat kon ik nu even niet hebben en dus maar richting de keukentafel, nog een keer met mijn kop boven een bak heet water.

Ondanks de hoofdpijn, die hoofd-holten-pijn is niet te temmen met een simpel pijnstillertje, lees ik wat bladzijden in Tonio. Het overweldigende verdriet dat van de bladzijden druipt getuigd weliswaar van het feit dat Nederland tenminste één goede schrijver kent maar is nou niet meteen een opbeurend begin van de langzaam ontluikende dag. Het feit dat ik het op mijn iPad moet lezen omdat mijn oude, trouwe e-reader het begeven heeft maakt het er ook niet beter op. 

Ik sta er steeds weer versteld van hoe mensen de meest uiteenlopende teksten op papier kunnen zetten. Was het enkele dagen geleden nog Gunnar Staalesen, die me er toe bracht eindelijk weer eens ouderwets een boek -een thriller, dat wel- in één dag weg te werken, nu bewonder ik de wijze waarop van der Heyden zijn gedachten en verdriet aan het papier toevertrouwt, als een gedachtestroom die schijnbaar moeiteloos op papier vloeit en dat dan ook nog eens in zo’n bewoordingen. En het blijft spontaan, natuurlijk overkomen. Ik heb geen ander boek van hem gelezen en weet ook niet of dat nog wel mee zal vallen met dit in mijn achterhoofd. Vreemd, want dit is goed en dat terwijl het veel te pretentieuze taalgebruik van Connie Palmen in Lucifer me juist ertoe bracht ergens in mijn brein op te slaan dat ik nog eens wat van haar moet lezen. Juist omdat je verwacht dat ze het beter kan.

Buiten wordt het langzaam licht en ik besef dat het zo meteen met de stilte hieronder gedaan zal zijn. De stilte die me in staat stelt mijn eigen overpeinzingen aan diezelfde iPad toe te vertrouwen, gewoon omdat het mooi is met woorden te spelen, iets te doen wat voldoening geeft.

Geef een reactie