11 november is de dag…

die van mij verdwijnen mag.
Voor een ieder die dit leest,
heeft u ook zo’n hekel aan dit feest?

11 november, Sint Maarten, voor diegenen die dat even vergeten waren.

Antoon van Dijck

Even opfrissen

Sint Maarten, oftewel Sint Martinus van Tours (316-397), zou volgens de legende, bij de poort van Tours van zijn paard zijn gestegen bij het zien van een bedelaar. Hij heeft toen, uit puur afgrijzen van wat hij zag of omdat hij gewoon even het scherp van zijn nieuwe zwaard wilde testen, met dat zwaard zijn mantel in tweeën gesneden en de helft aan die bedelaar gegeven.

Dit even in het juiste perspectief plaatsend:

Je loopt, na jarenlang belasting betalen en wat tegenslagen, volkomen berooid door de stad en zijgt in je versleten jas even neer op een stoepje op de PC Hooft. Op dat moment wordt er een voormalig minister of staatssecretaris van financiën, die al jaren vet aan het cashen is bij een club die nog nooit van de Balkenende-norm gehoord heeft, voorgereden in zijn veel te grote slee. Hij stapt uit, en bij het zien van jou, hapert hij even, steekt zijn met Rolex getooide pols in zijn kasjmier jas, diept zijn Luis Vuiton-portefeuille op en trekt er een briefje van 20 euro uit. Nog even om zich heen kijkend of er echt wel iemand van de pers meekijkt, geeft hij het vodje met een groots gebaar aan jou, met de historische woorden: “Hier kerel, neem het er maar eens lekker van!” 

Want iemand die in die tijd op een paard reed en een zwaard had, was een edele, een vent met geld, dat door jaren van onderdrukking en het innen van penningen verworven was.
Maar goed, hij werd dus heilig verklaard, ook omdat hij later als bisschop van Tours blijkbaar nog meer goede daden heeft verricht.

Het feest

Tegenwoordig vieren we dus Sint Maarten, een feest waar kinderen met een lampionnetje van de Action, gemaakt door arme kindertjes in het verre oosten, dat werkt op uiterst milieu-onvriendelijke batterijen, langs de deur gaan om te bedelen om snoep.
Dat ze naar de meest lucratieve straten worden gebracht in de Tesla van pa of ma laten we even buiten beschouwing.

Die gastjes hebben de zeer onaangename gewoonte al aan de deur te staan als je nog staat te koken en je dus, behalve dat je keer op keer gestoord wordt door de bel, ook nog eens een verbrande en koud geworden kliek naar binnen moet zitten wurgen. En dat terwijl die rotjochies je nog een sneer geven ook als het snoep niet aan hun hoge verwachtingen voldoet.

Je kent het vast wel.
Al weer gaat die klere-bel. Snel probeer je je eten van de kookplaat af te halen en die laag te zetten en als je niet snel genoeg bent, gaan die kleine ettertjes ook nog even met hun volle gewicht tegen de bel aanhangen. Je maakt de deur open terwijl je de schaal met snoep meegrijpt. Voor je staan een paar kleuters (ja, het was een van hun ouders, die tegen die bel aan hing!), die al snot spuwend, onder dreigementen van ma of pa, met veel moeite iets dat op een liedje lijkt uitbraken en nog voor ze klaar zijn met hun rug naar je toe gaan staan zodat je de snoep in hun toch al overvolle rugzak kunt pleuren.
Of nog erger: een stelletje van die brugklassers die ook nog zo nodig snoep moeten vangen en er een ware studie van hebben gemaakt om een zo kort mogelijk zinnetje te “zingen” en, zonder ook maar een dankjewel, er zich met de buit vandoor maken.
En jij staat er ondertussen bij, weet je zelf geen houding te geven en hoopt, de deur achter je dicht trekkend, dat het nu gauw ophoudt want je bent ook al bijna door je voorraad snoep heen.

Trouwens: Sint Maarten is een katholiek feest en ik woon in een overwegend protestants/hervormde omgeving en toch blijven die kinderen maar komen.
Die voormalige beeldenstormers, die de andersdenkenden hier soms met de rug aankijken, zien er klaarblijkelijk geen enkel probleem in om hun kindertjes al op vroege leeftijd te leren dat je je principes, als er iets te halen valt, snel moet laten varen.

Nou, nou, jij bent toch ook jong geweest?

Yep. je herinnert je vast nog goed (mwahh) hoe je al op jonge leeftijd in een jas werd gehesen en een harmonicavormig lantaarntje in de hand kreeg gedrukt en de ijselijk kou in moest om liedjes te zingen voor vreemde mensen. Als er dan weer zo’n engerd de deur opendeed en met grote verwachtingsvolle ogen je aan stond te staren, sloeg je uiteraard meteen dicht, waarop je een por kreeg van pa of ma en bits toegeworpen kreeg “zing nou!”.   
Een klein uurtje later, volkomen verkleumd, liet je die klote-lampion half uit je bevroren vingers schieten, vloog dat ding meteen in brand, wat geheid leidde tot iets wat ze tegenwoordig een trauma noemen. Om er voor te zorgen dat je er in ieder geval dan nog een lichte vorm van PTSS aan over hield, werd je daarna door pa of ma nog eens vermanend toegesproken.  Zo’n lampion kostte immers best wel wat en wat had er niet allemaal kunnen gebeuren? “Voorzichtig zijn hoor, ik had het nog zo gezegd!”

Maar je kreeg toch snoep?
Ja, dat wel. Al werd die, als er al keuze was, geselecteerd door pa of ma, die overduidelijk een voorliefde hadden voor half-uitgedroogde mandarijnen en andere veel te gezonde meuk. Tot overmaat van ramp ging de buit, op één of twee snoepjes na, daarna in een trommel. Die trommel ging slechts zeer incidenteel open en zorgde ervoor dat je ouders in ieder geval tot aan de vasten (maanden later!) geen snoep meer hoefden te kopen. Eén voordeel had het wel: als je dan, net voor carnaval, zo’n karamel kreeg, was die zo hard dat je er extra lang mee kon doen.

Geef een reactie