Cultuurbarbaar

Eerder verschenen op Penwerk — 28.01.2018

Gisteren is Leeuwarden officieel geopend als cultuurhoofdstad van Europa 2018. Blijkbaar hoort het tegenwoordig tot onze cultuur om dingen die ooit begonnen zijn als een integer iets, bijvoorbeeld een wielerwedstrijd, om te katten tot evenementen of zelfs complete evenementen te verzinnen, om een stad op de kaart te zetten.

Nu staat Leeuwarden al geruime tijd op diverse kaarten maar toch. Dat op de kaart zetten moet je anders zien. Zo’n evenement binnenhalen is niet meer en niet minder dan een reclamecampagne voor zo’n stad. Vaak ook een prestigeobject van een aantal hotemetoten, die hiermee beogen zichzelf in de schijnwerpers te plaatsen. Mijn kennis van de lokale politiek van de Fryske hoofdstad schiet echter te kort om dat laatste, in dit geval, te kunnen beamen. Maar het grote idee blijft een hoop miljoenen te investeren om zo de stad te laten profiteren van een grote stroom volk. Een stroom volk die geld uitgeeft. Want anders kun je zo’n evenement niet verantwoorden.

Omdat de rest van het gezin wat sneller enthousiast wordt van dit soort happenings en ik nu eenmaal een aardige vent ben, ben ik met hen een dagje cultuur gaan proeven.

Dat begon redelijk goed, met gebakken eieren in een studentenhok. Toch een stukje cultuur dat iedereen zou moeten kennen. Een paar keer de stad in, in de -door wind en regen- ijzige kou. Ook daar lag de cultuur voor het oprapen. Een oer-Hollandse Belgische patatkraam deed me verlangen naar zo’n puntzak, maar omdat gezondheid nu eenmaal belangrijker is dan cultuur, moest ik die laten schieten. Daarna nog wat koopjes jagen bij de outlet en -jawel- sokken kopen bij de Zeeman. Als dat geen Nederlandse cultuur is, wat dan wel?
Ik hoop dat de rest van ons gezinnetje en al dat andere volk, al slenterend door straten en stegen, ook af en toe om zich heen heeft gekeken en genoten heeft van de mooie stad, de prachtige oude pandjes, gewoon een beetje, tja…cultuur gesnoven heeft.

‘s Avonds moest het dan allemaal echt gebeuren, zodat we al vroeg de stad in gingen. Ik gelukkig gehuld in twee jassen over elkaar want het weer was nog steeds oer-Hollands. Waar zo’n outlet al niet goed voor is.
In de stad was van alles te doen, grote drommen mensen trotseerden weer en wind om het te mogen meemaken.
Op het Oldehoofsterkerkhof stond een massa mensen om een groep muzikanten. Ik moet u jammer genoeg de naam schuldig blijven van dit gezelschap. Deze groep, waarop slechts een enkele blik (meer was sowieso niet mogelijk) voldoende was om te zien dat zij overstroomden van enthousiasme en plezier in hun muziek, was zonder meer de moeite waard. Een beetje Japans aandoend trommelwerk. Klasse. Dan zie je dat cultuur leeft.
Toen verder naar het Wilhelminaplein. We kwamen aan rond half negen. Om half tien zou het gebeuren beginnen, maar ook hier speelde het Fries (Nederlands?) kwartiertje zijn cultuurhistorisch partijtje mee, zodat ik me uiteindelijk zo’n dik twee uur, klappertandend in regen en wind, heb staan afvragen hoe ik me in vredesnaam hiertoe had laten overhalen.
Na ontdooid te zijn, begreep ik uit de reacties dat de anderen wel onder de indruk van het een klein half uur durend spektakel waren, met als hoogtepunt het ca. 1 minuut durend optreden van ons grootste stukje cultuur; Willem en Maxima.

Ik moet zeggen dat me dit nog wel even zal bijblijven en in dat opzicht zal het wel iets met cultuur te maken hebben. In ieder geval zit ik me nu af te vragen waar ik die animatietechniek, die zo geprezen werd, eerder heb gezien. Was dat in een van die animatiefilmpjes bij twee voor twaalf of bij één of ander kinderprogramma uit de jaren zeventig?
Ik was dan ook blij dat Willem en Maxima snel een eind maakten aan het gebeuren en wij ons weer de kou uit mochten spoeden.
Overigens nog een stukje cultuur waar we regelmatig mee geconfronteerd worden; het eind werd ingezet door klokkenluiders.

Ik zal u verder niet lastigvallen met dit gebeuren. Ga gewoon een keer naar Leeuwarden, geniet van de stad, behoed de plaatselijk middenstand van het uitsterven, bezoek een voorstelling. Dat mag dit jaar, maar kan ook de jaren erna.
En thuisgekomen kunt u dan nog wat nagenieten, al heb ik daar vanmorgen dan wel wat aan moeten bijspijkeren met behulp van Biber en Knausgard (ja, ook ik)

Geef een reactie