Fietsend aan het werk

Vanochtend zoefde ik genoeglijk in toertempo op mijn fiets langs de aardappel- en uienvelden. Het was zonnig en fris, er was weinig wind en ik dacht “Nu gewoon zo lekker rustig doortrappen, heerlijk”.

Ik heb het ongeveer tot op de helft van mijn ritje volgehouden, daarna nam de prestatiedrang het weer over. 

En dat is nu net wat dat fietsen in stand houdt: de voldoening dat je toch weer wat gepresteerd hebt.
Dat zorgt ervoor dat ik mijzelf iedere keer weer in een apenpakje hijs, een helm opzet en de fiets uit de schuur trek. Ja, zelfs voor de wel dik 10km(!) woning-werk tuig ik mezelf op als een volleerd coureur.
Want als je het niet kunt hebben dat zo’n brugpieper met een elektrische fiets voor je uit fietst, je ze voorbij moet, dan kom je zelfs na 10 km zeiknat aan.
Soms waan ik me zelfs een toprenner: het viaduct groeit uit tot een reusachtige alp die bedwongen moet worden, ik ben een tijdrijder die zijn naaste concurrent, die drie minuten eerder gestart is, inhaalt en glorieus de overwinning pakt… 

…maar natuurlijk blijf ik gewoon een ouwe vent die voor lul rijdt in zijn apenpakkie, al fietsend aan het werk is aan zijn overgewicht en een duit in het zakje doet voor het milieu en … zijn ego.

Geef een reactie