Poenie

Er was geen luchtig, familiair alternatief voor het vrouwelijk geslachtsdeel, las ik. Net zoiets als piemel voor het mannelijk geslachtsdeel.

Wat nou, luchtig en familiair. Als ik vroeger thuis het woord piemel gebruikte dan mocht ik mijn mond uit gaan wassen met groene zeep. Oké figuurlijk dan, maar het kon ècht niet. Ook nu nog fronsen veel mensen hun wenkbrauwen als hun kinderen dat woord in de mond nemen. Wat? NEE viespeuk, het woord!

Maar goed er moest een woord komen als alternatief voor het veel te formele “vagina”. Nu hadden we natuurlijk al de nodige alternatieven maar ja, dat was niet goed genoeg voor een clubje huppelpoenies en dus werd er een enquête gehouden.
En het resultaat?

Poenie.

Wat?
Toen ik het hoorde op Radio 2 (hebben die niets beters te doen met overheidsgeld?), dacht ik serieus dat ze ‘pony’ zeiden. Maar direct besefte ik dat dat op zijn minst zou hebben geleid tot een steigerende Esther en Marianne. Dat viel dus meteen af. Daarbij, een pony, dat willen dames soms wel, maar zo lang? Volgens de huidige mode kan dat echt niet. Een Brazilian wax, mwah, maar een pony?!

Poenie dus. Surinaamse straattaal voor het vrouwelijke geslachtsdeel. Dat werd door de stemmende meute als meest geschikt bevonden. Blijkbaar is Surinaamse straattaal vrouwvriendelijker dan oudhollandse alternatieven. Misschien is het tijd dat we onze, eh, piemel ook maar gewoon tollie gaan noemen, zitten we tenminste op een lijn.

Poenie. Ik krijg er ook ráre associaties bij. Het heeft iets van poen. Nee, ik ga dat niet verder uitweiden, laat uw grijze celletjes maar hun gang gaan. Zouden de stemsters en stemmers die associatie ook hebben gehad?
Ook komt meteen de Punica-oase (Duits, dus spreek uit als Poenika) boven drijven, wat dan weer een veel prettigere associatie is.

Als schrijver dezes zal ik nu wel door deze of gene uitgemaakt worden voor een vrouw-onvriendelijke klootzak, die onmiddellijk moet ophouden met dat gepoenie, maar dat ter zijde.

Geef een reactie