Schooltandarts

Zo, dat heeft weer een tijdje geduurd. Door “drukte” en en -jawel- kiespijn was de fut en inspiratie er niet om de iPad ter hand te nemen.

Nu ik het toch over kiespijn heb, heb jij ook zo’n afkeer van de tandarts? Ik wel.   

Nu weet ik al jaren dat het allemaal best meevalt bij de tandarts en dat ik me beter druk kan maken om de mondhygiëniste maar toch… De angst om naar de tandarts te moeten is een heus jeugdtrauma. Wij hadden vroeger namelijk een geweldige innovatie in de gezondheidszorg; de schooltandarts. Ken je niet?   

Keuring

De schooltandarts kwam op een onbewaakt moment met een soort van omgebouwde SRV-wagen het schoolplein oprijden en dan werden hele klassen tegelijk richting die bus gedreven. In rijen liep je dan naar binnen, twee of drie kinderen werden tegelijkertijd gecontroleerd terwijl de rest voor de open deur kon meegenieten van al het commentaar dat de assistentes gaven. En dat was vaak niet mals. Ik heb van mezelf aardig gele tanden en dus wist ik van te voren al dat ik een tirade kon verwachten. “Bah, je tanden zijn helemaal geel, je moet beter poetsen. Viezerik!”

Spanning

Nadat je vervolgens weer werd losgelaten, begon de angstweek. Na ongeveer een week rolde er dan namelijk een crème-kleurig volkswagenbusje het schoolplein op, waaruit twee,in  smetteloos wit geklede, personen op het schoolgebouw kwamen afgelopen. Het bibberen nam dan ernstige vorm aan: kwamen ze voor onze klas?  

Als de deur plotseling opengerukt werd door de directeur, zijn twee witte secondanten op de achtergrond, dan was het tijd. Na een kort inleidend zinnetje, schraapte de directeur nog maar eens zijn keel en begon de namen van het lijstje op te noemen. Als mijn naam weer genoemd werd, kon ik van angst en schaamte wel onder de klep van mijn schoolbankje wegkruipen. Maar dat mocht niet. Bij ieder teken waaruit bleek dat je niet onmiddellijk vrijwillig richting de deur van het klaslokaal wilde lopen, kwamen de twee in wit geklede gasten in beweging en ging je alsnog “vrijwillig” en anders onder lichte dwang naar buiten. Aangezien ik de laatste van het alfabet was, ging dat altijd gepaard met luid gejoel van de overgebleven klasgenoten. Zij hoefden immers niet mee.

Deportatie

Nadat we, met de billen bij elkaar geknepen, het busje in waren gedreven, stapte ook de witten in en werden we richting de stad gedeporteerd. Of eigenlijk; naar een in het bos verscholen gebouw aan de rand van een buitenwijk van de stad. Vlak bij een grote speeltuin waar ouders uit de hele regio met hun kinderen heen trokken.  

Eenmaal in het gebouw werd je in een immense wachthal gezet, want er kwamen busjes uit de hele regio. De wachthal was met een ruit afgeschermd van de hal, net als de behandelruimte aan de overzijde van die hal. Ze waren nog net zo kindvriendelijk geweest om het onderste deel te matteren zodat je de slachtoffertjes alleen kon horen maar niet kon zien. Wel zag je de bovenlichamen van de tandartsen en assistentes rondzwermen, acht teams op een rij. Afleiding was er alleen in de vorm van één grote poster: “Snoep verstandig, eet een appel!”  Wisten zij veel.

Einde

Tegen de tijd dat je, tegen alle ijdele hoop in, dan toch naar binnen werd geroepen, was je doorweekt van het zweet en waren je tanden door het tandenknarsen al vrijwel tot het bot afgesleten. Wat voor de schooltandarts natuurlijk alleen maar prettig was.  

Intermezzo

Nu ben ik opgegroeid in midden-Limburg, vlak bij de grens met Duitsland en België en blijkbaar was er toen ook al een schrijnend tekort aan tandartsen (of misschien alleen aan tandartsen die dit werk wilden doen) en dus was ruim de helft van de aanwezige tandartsen (door ons minzaam bekbeulen genoemd) uit Wallonië geïmporteerd. Die buitenlandse tandartsen waren vrijwel zonder uitzondering vrouwelijk, erg jong voor een tandarts en spraken geen woord Nederlands. Achteraf denk ik wel eens dat het voor hun een buitenlandstage was.  

It giet oan

Daar lag je dan in die stoel, vastgehouden door de assistente tot je door de angst ver genoeg verlamd was om niet meer tegen te spartelen. De tandarts draaide zich naar je toe en sprak je wat toe.  

“Mond open” gokte de assistente, die net als ik geen woord Frans sprak.  

Terwijl de tandarts in mijn mond aan het peuteren was, werden haar woorden steeds dwingender en harder en eindigde het veelal met het, toen nog voor mij onbekende, woord “merde”. Blijkbaar deed ik mijn mond niet ver genoeg open, want daarna draaide ze zich om en duwde de assistente een blinkend stalen apparaat in de handen.  Dat apparaat manifesteerde zich in de handen van die assistente als een soort krik. Met een plaat tegen mijn gehemelte en een andere op mijn tong die tegen de onderkant van mijn mond werd geperst. 

Au

Nadat de “behandeling” beëindigd was, mocht ik weer plaats nemen in de wachtzaal, tussen al die andere zielige hoopjes mens. Een deel dat vreesde voor dat wat ging komen, een deel dat langzaam tot besef kwam dat de ergste pijn nog moest komen als ze van de schrik en/of de verdoving bekomen waren. Bij mij was de kramp in mijn kaak een welkome maar slechts tijdelijke maskering van de pijn.  

Als iedereen van je klas was voorzien van de nodige zware metalen werd je weer in het busje gestouwd en naar school terug getransporteerd, waar je werd ontvangen door een joelende menigte.  

Naar de nabij gelegen speeltuin ben ik nooit meer geweest…

Geef een reactie