‘t is weer voorbij…

Nu de regering heeft besloten dat de maatregelen tegen corona kunnen worden versoepeld, is het weer gedaan met het thuiswerken. En dat is wennen.

Ik wist, door ervaring uit het verleden, al dat thuiswerken best lekker kan zijn. Je kunt dan immers lekker ongestoord doorwerken. Maar dat was maar één dag in de week. Nu zouden het weken, misschien wel maanden aan een stuk zijn. Volledige werkweken. Dat zou nog wel eens lastig kunnen worden, dacht ik in het begin. Ik heb namelijk een prettige werkkring met aangename collega’s en daarbuiten niet veel sociale contacten en dat ging allemaal wegvallen.

Thuiswerken is zeg maar echt mijn ding

Nu het voorbij lijkt te zijn, kijk ik met weemoed terug op een heerlijke periode. Qua werk dan, uiteraard. De aanleiding was (en is) natuurlijk een stuk minder.
Voorbij, want na de aangekondigde versoepeling van de maatregelen, kreeg ik afgelopen vrijdag een telefoontje: Hoe ik de nabije toekomst met betrekking tot het thuiswerken zag. Heel netjes overigens, alle mogelijkheden werden opengehouden, maar ik zou ik niet zijn als ik mezelf niet gedwongen voelde om weer naar de zaak te gaan. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar.

Dat ik zo ben is meteen één van de redenen dat het zo lekker was om thuis te werken. Ik hoefde weken lang niet te voldoen aan wat ik dacht dat mijn omgeving van me (zou kunnen) verwachten, iets waar ik nogal wat last van heb. Ik kon, als ik daar zin in had, in korte broek achter de pc, of in een joggingbroek, lekker op mijn blote voeten. Ik hoefde niemand uit te leggen waar ik mee bezig was. Niet dat ik dat op mijn werk ooit hoef te doen, maar in mijn hoofd moet ik altijd alles kunnen verantwoorden wat iemand zou kunnen zien op mijn scherm. Dat terwijl ik iemand ben die het meest productief is als ik kan wisselen tussen verschillende zaken, tussendoor even het nieuws kan bekijken en dan weer vol aan de bak. Ik hoef me daar niet schuldig over te voelen want ik weet dat ik, ondanks -nee dankzij- die uitstapjes, productiever ben dan gemiddeld. Maar toch…

Alleen maar voordelen?

Voor de rest zie ik ook bijna alleen maar voordelen. Ik heb deze weken gewerkt zonder verstoringen. Zonder dat ik een hoofdtelefoon op moest zetten om mijn hoofd bij mijn werk te kunnen houden. Geen discussiërende collega’s om je heen, geen irritante telefoongesprekken. Ga jij ook altijd meeluisteren? Niemand die op je vingers kijkt. En dan die vreselijke muziek. Eh… ja dat is misschien ook wel een dingetje van mij. Ik kan absoluut niet werken met muziek die ik irritant vind, zoals bijvoorbeeld bijna alle Nederlandstalige muziek (weer dat meeluisteren, hè).
Voor mij voelden deze weken dan ook als een verademing, een soort van vakantie op het werk. Ja, ook op vakantie zie ik het liefst zo weinig mogelijk mensen, zo weinig mogelijk drukte om me heen, wil ik geen verplichtingen, wil me liefst alleen maar druk maken over wat ik die avond eet en of ik een (tent)dak boven mijn hoofd heb.
Kantoortuinen zijn niets voor mij.

Kantoortuinen

Maar voor wie is het eigenlijk wel wat, zo’n kantoortuin? Het is een, inmiddels bewezen achterhaald, experiment uit de jaren zeventig. Met zijn allen in één hok zou het leefbaarder moeten maken op de werkplek.

Werk wordt plezieriger door iemand werk te geven dat past bij de persoon, dat hij vervolgens zo ongestoord mogelijk kan uitvoeren. Niet door iemand in een kippenhok te plaatsen.

Ik kom al vijftig jaar in kantoortuinen, heb ook het genot van een eigen kamer op het werk mogen ervaren en nu het thuiswerken. Voor mij staat dit dan ook als een paal boven water.
Heb je trouwens ooit een directietuin gezien? Kantoortuinen beperken zich alleen tot de werkvloer. Voor mij is een kantoortuin dan ook niet meer dan goedkope werkruimte.
Bij veel bedrijven is dat al lang doorgedrongen maar de kosten om het aan te passen zijn nu eenmaal hoog, de uitvoering soms onmogelijk en dus blijven de “tuinen”. Mooi eufemisme overigens.

Nadelen

Het enige nadeel dat ik kon ontdekken, is het ongestoord werken. Huh, dat was toch juiste een voordeel? Klopt. Maar ongestoord werken bleek voor mij ook te betekenen dat ik niet meer achter het scherm was weg te slaan. Ik paste veel te weinig pauzes in. Daar komt nog bij dat mijn werkplek in de keuken is opgesteld en dat zorgde ervoor dat ik wel erg veel neigingen had om ook in de weekeinden nog even iets voor het werk te doen.
De nadelen liggen dus in het moeten hebben van een eigen ruimte (daar is ie weer) en discipline opbouwen om achter je pc weg te gaan.

Als dat maar goed gaat

Maar nu is het dus gedaan en stap ik maandagochtend weer op de fiets om naar de zaak te gaan. De weergoden hebben door hoe ik me voel, ik schijn een behoorlijk stevige wind tegen te hebben (tot 70 km/u), dus ik zal behoorlijk aan het werk moeten om überhaupt aan het werk te kunnen gaan.

Hoe zal het gaan, als ik daar eenmaal ben? Kunnen de mensen zich aan de anderhalve-meternorm houden*, hoe ga ik me weer richten op de anderen, hoeveel energie gaat me het kosten?


* Vast niet. Als je de beelden ziet van de toestanden langs de Amstel gisteren, de feestjes die hier al het hele weekeinde gaande zijn in de achtertuin van een van de woningen hier in de straat, dan weet je gewoon dat lang niet iedereen die discipline (meer?) kan opbrengen. Dat ze zichzelf in gevaar brengen moeten zij weten maar hoe zuur is het voor anderen, zoals de zorgmedewerk(st)ers die wel hun uiterste best doen om verspreiding te vermijden.

Geef een reactie