Democratie

Nederland is een democratie. Onze regering wordt immers gekozen door de burgers. Maar hoe democratisch komt onze regering eigenlijk tot stand? 

Eerder verschenen op Penwerk, september 2017

Kijk bijvoorbeeld eens naar de laatste verkiezingen. Nederland heeft gestemd. De grootste partij met, let wel; 21% van de stemmen, is de VVD. Dat betekent dat slechts één op de vijf Nederlanders de VVD aan het roer wil zien. Toch bepaalt die grootste partij zo’n beetje hoe de regering er uit gaat zien. Weliswaar met behulp van kleinere partijen om zo een meerderheid te kunnen halen.
Ik wou dat ik had kon schrijven: “een meerderheid van het volk te kunnen vertegenwoordigen”, maar ik geloof niet dat dat zo is. Als er een meerderheidscoalitie komt, dan heeft de meerderheid op de beloftes van de deelnemende partijen gestemd, dat wel. Maar wat is er na maandenlang gekonkel nog over van de idealen en de beloftes aan de achterban?

Het vormen van een coalitie maakt politiek ongeloofwaardig

Het begint er al mee dat de op één na grootste partij direct buitenspel gezet wordt. Ok, ik ben het ook niet met meneer Wilders eens, maar blijkbaar is 13% van de Nederlanders dat wel. Dat is -griezelig, maar wel democratisch bepaald- een achtste van de stemmers. En die kiezers worden meteen maar even buiten gesloten, zodat je zeker weet dat ze helemaal niets meer met het politieke establishment te maken willen hebben. Daarna worden alle beloftes opzij gegooid om samen een plan te smeden. Een plan waar niemand, behalve een select groepje politieke hotemetoten, op gestemd heeft.

Het partijstelsel

Is het partijstelselnog wel geloofwaardig?

Een partij is van oudsher een vereniging van gelijkgestemden, een sociale unie waarin mensen met een bepaalde achtergrond samen komen om hun belangen te verdedigen. Door decennialange conditionering zijn wij verworden tot eenlingen, sociale waarden zijn vergaan of op zijn minst vervaagd. Kijk naar de Partij van de Arbeid, die was er voor de arbeider. De arbeider is niet meer. Wie wil er nog arbeider zijn? Verenigen met andere arbeiders gebeurt dus niet meer. Dat zie je niet alleen aan de verkiezingsuitslagen maar ook aan de zieltogende vakbonden en aan het feit dat de arbeider -ook al noemt hij zich zo niet meer- in geen 50 jaar meer zo weinig heeft in te brengen gehad op het werk als nu. Van de PvdA-stemmers was bij afgelopen verkiezingen slechts 15% laag opgeleid, 45% was hoog opgeleid. Hoezo partij van de Arbeid? Of neem het CDA, de partij voor de christelijke mens. Wie voelt zich nog zo verbonden met het geloof dat hij of zij op een christelijke partij stemt? Een enkeling, maar die is dan zo gelovig dat een splinterpartij meer im Frage komt.
De partijen zelf werken ook al niet mee. De PvdA heeft zijn waarden verkwanseld door mee te willen regeren, want als je niet aan de top staat, beteken je niets. Blijkbaar geldt dat ook in de politiek. De enkeling die zich nog arbeider voelt heeft dus nauwelijks redenen om nog PvdA te stemmen. Het CDA, tja wie weet nog waar die partij voor staat? Door lekker populistisch bezig te zijn hebben ze het dan deze verkiezingen gered maar waar de link met het christendom te zoeken is?
Groen Links is de progressieve club en doet het wat dat betreft nog niet zo slecht. Progressievelingen zijn meestal studenten en daar hebben we er genoeg van in Nederland. Wil je het maken moet je immers studeren. Vroeger koos je een beroep, nu kies je een studie.
Even terzijde: Wist u dat er in Nederland meer dan 1900 HBO studies zijn? 1900! Dat zijn er meer dan er mensen zijn die timmerman willen worden. Ik ben eigenlijk best benieuwd wat je met al die studies nog voor vak kunt uitoefenen. Met vrijetijdskunde bijvoorbeeld, of met circulatiemanagement. Wat? Dat bedoel ik. Kan ik me bij vrijetijdskunde nog wat voorstellen, bij circulatiemanagement schieten mijn gedachten wel hele vreemde kanten op.
Maar terug naar de politiek. Groen Links heeft daarbij Jesse Klaver en die is behalve intelligent en politiek redelijk vaardig ook nog eens jeugdig en -zoals de Engelsen dat noemen- cute. Niet voor niets telde Groen Links een onevenredig groot aantal jeugdigen en vrouwen onder de kiezers.

Bij de oude Grieken, de uitvinders van de democratie, werd partijvorming al beschouwd als een gevaar voor de volkssoevereiniteit.

Ikke, ikke, ikke

Wij zijn geconditioneerd om individu te zijn. De keuzes die je maakt zijn jouw keuzes, die maken wie jij bent. Je moet kiezen voor jezelf, je onderscheiden, boven de rest uitsteken! Keuzes maken moet, of je wilt of niet. Kiezen voor dat wat voor jou het beste is want anders doe je jezelf te kort. Zelfs Rutte heeft het weleens over het Ikke gehad?! Maar ons wel ieder jaar laten kiezen voor de energieleverancier en de zorgpolis die bij jou past, want dat is voor ieder individu anders en die marktwerking is goed voor ons. Sociale betrokkenheid wordt de kop ingedrukt. Dat is bij mij niet anders.

Onbegonnen werk

Ook ik ben zo’n individu en dus moest ik, ook nu, gaan kiezen. Kiezen kun je pas als je weet wat je kunt kiezen en dus moet je je verdiepen in de materie. En toen liep ik tegen het probleem aan waartegen al die studenten-wannabees ook aanlopen: er is te veel. Want laten we nu eerlijk zijn, er is geen mens die mij gaat wijsmaken dat het (hij en zij is tegenwoordig niet meer genoeg om ieder individu te omvatten) alle verkiezingsprogramma’s van A tot Z heeft doorgelezen en vervolgens geanalyseerd om tot een bewuste keuze te kunnen komen. Zelfs die student Politicologie niet. Waarom? Ik telde in de gauwigheid 36 landelijke politieke partijen. Het verkiezingsprogramma van Groen Links, om er maar een te nemen, is een boekwerk van 78 pagina’s. En dat is géén groot-letterboek. Het kiezen van een politieke partij op basis van standpunten is daarmee nog moeilijker geworden dan het vergelijken van de voorwaarden van zorgverzekeringen en dat mag toch wel als een hele prestatie worden gezien.
En dus is er tegenwoordig een Independer (die van Achmea, u weet wel) voor de politiek. Een “onafhankelijke” kieshulp die, aan de hand van zo’n 20 korte vragen, u kan vertellen op welke partij u moet stemmen. Best knap stukje denkwerk eigenlijk, gezien de duizenden pagina’s verkiezingsprogramma’s.

Die kieswijzer bepaalt voor veel mensen waarop ze kiezen. Vaak geholpen door een beetje achtergrondgevoel van het vroegere partijgevoel maar in ieder geval door de media.

Yes I’m going to be a pop star.

Want de verkiezingen zijn verworden tot een mediacircus. De media conditioneert ons steeds meer. Ongemerkt worden we allemaal in meer of mindere mate beïnvloed door de berichtgeving. Televisie loopt hierbij voorop en een vluchtiger middel is nauwelijks denkbaar. Hoe kom je op televisie? Als je de potentie hebt kijkers te trekken. En die trek je door enerzijds charisma en anderzijds de uitspraken die je doet. Zijn die spraakmakend, dan trek je kijkers, vraag maar aan Geert. Bij al die kijkers zijn er vast een aantal die iets horen wat hun aanstaat, zeker als het op de juiste manier gebracht wordt. “We” stemmen niet meer op een partij, we stemmen op een mediapersoonlijkheid. En zo kun je, om maar iets te zeggen, met de juiste uitstraling, een zak geld en het grootste gebral, zomaar president van de Verenigde Staten worden.

Ongeloofwaardig

Dit alles maakt ons huidig politieke stelsel ongeloofwaardig. Dat blijkt wel uit hoe de bevolking tegen politiek aankijkt. Het systeem werkte in de jaren 60-70 misschien nog maar we zijn nu hard aan iets anders toe.

De oplossing

Als je met kritiek komt moet je ook met oplossingen komen. Tja, dat is dan wel even lastig. Ik heb namelijk geen politicologie gestudeerd, sterker nog: ik heb niet gestudeerd maar een vak geleerd (dat ik niet uitoefen). Nu kan ik iets gaan toepassen wat je met enige fantasie circulatiemanagement zou kunnen noemen; om de hete brij heen draaien, maar daar wordt niemand beter van. Dat laat ik dan ook liever aan politici over.
Ik weet het gewoon niet.
Je zou van onderuit kunnen werken. De lokale vertegenwoordigers de regionale vertegenwoordigers laten kiezen en de regionale de provinciale, de provinciale dan tot slot de landelijke. Je mag er van uitgaan dat er dan in ieder geval gekozen kan worden op iemand die dichter bij je staat en waarvan de politieke inzichten wat beter te doorgronden zijn. Je zit dan echter met een tijdsprobleem. Een eenmaal gekozen lokale vertegenwoordiger heeft nu eenmaal tijd nodig om zijn collegae uit de regio te leren kennen tijdens het uitoefenen van de politiek en dat geldt op ieder niveau. Dat gaat nog meer tijd kosten dan de huidige formatie en daar zit niemand op te wachten. Daarbij zijn ook hier de media een niet te verwaarlozen factor.
Politieke dienstplicht komt misschien nog het dichtst bij ware democratie. Schrijf een routine die geheel willekeurig 1500 mensen uit de bevolkingsgroep 18 jaar en ouder selecteert en laat deze verplicht 2 jaar lang bij alle opkomende politieke vraagstukken hun stem uitbrengen. De meerderheid bepaalt. Het vol regeert, dat is democratie. Natuurlijk zitten hier haken en ogen aan. Al is het maar de achtergrondkennis van de uitverkorenen.

Maar…, heeft de gewone kiezer of gemiddelde politicus die wel?

*Pop Star – Cat Stevens

Bronnen:

– NOS – verkiezingsuitslag 2017

– Historisch Nieuwsblad 2/2011 – De overheid zijn wij – Anton van Hooff

Geef een reactie