Politiconomie


Eerder verschenen op Penwerk – april 2017

Vroeger was stemmen eenvoudig: je stemde op de groep waar je bij hoorde. Er waren er maar drie, dus ook die keuze was eenvoudig.

Had je niet veel te makken en had je anderen nodig om het te redden, had je goed geluisterd naar het na-oorlogse doctrine “we moeten het land samen weer opbouwen” dan was je links oftewel socialist. Je zette je dan af tegen die andere groep, die flink in de slappe was zat en dat graag zo wou houden: de rechtse kapitalist. Natuurlijk was er een groep mensen die het financieel niet slecht maar ook niet overmatig goed had en die zich verder nergens zorgen over hoefde te maken dan over het geloof: het midden. En ja, er was ook nog een klein groepje dat het geloof vaarwel had gezegd en zich geen zorgen hoefde te maken over de eigen financiën, grotendeels bestaand uit jongeren die geheel verzorgd werden door ouders en/of staat: de idealisten.

Hoe anders is dat nu. Stemmen doe je niet meer op jouw duidelijke groep. Je stemt op een kop, een mediafenomeen. Die groepen zijn immers vervaagd. Politieke programma’s vergelijken is als het vergelijken van verzekeringspolissen. En heb je ooit een politicus meegemaakt die zich wel aan zijn partijprogramma hield? Dan maar op het kopstuk. Je moet toch ergens op selecteren.
De uitslag van deze verkiezingen laat duidelijk zien dat er geen lijsttrekker is, die er met kop en schouders bovenuit steekt.
Met heimwee denk ik dan ook terug aan Jan Marijnissen, de laatste grote charismaat, die de SP vanuit het niets op de kaart zette. De Sociale Partij nota bene, en dat in een tijd dat de socialist door welvaart en een decennialang IKKE-doctrine al nagenoeg was uitgestorven. Wat uit de huidige verkiezingsuitslag ook pijnlijk duidelijk is geworden. Dat wat Jan had heeft Emile niet, en ook Diederik en Lodewijk niet. En nu ik die namen zo zie staan… heren dat is toch geen naam voor een socialist! Jan ja. Of Piet, Klaas of Kees: ferme kerels die de Nationale zongen en met wie je mee zou willen strijden.

Ook aan de rechterkant ontbrak die charismatische leider. Maar bij de VVD zitten de managers en die hadden al gauw door dat het mis dreigde te gaan met hun zorgvuldig opgebouwde imperiumpje. En dus, zo stel ik me voor, kwamen op een dag ergens in augustus 2004, de hotemetoten van deze club in een achterkamertje bij elkaar om deze crisis onder het genot van een hapje en een goed glas wijn te bespreken.
“Heren. Ons beleid, om de rijkdom in ons land beter te verdelen, is zo succesvol gebleken, dat we nog maar een handvol soortgenoten over hebben. En dus maar weinig stemmers. Dat laatste moeten we zien te veranderen”, sprak de een, waarop hij een slok Châteauneuf du Pape tot zich nam. “In mijn bedrijf pak ik dat als volgt aan”, sprak een ander. “Als ik een maatregel wil nemen die mijn personeel als slecht zal ervaren, introduceer ik meteen twee keuzes: de gewenste maatregel en een andere die mijn personeel erg aanspreekt op een specifiek punt maar voor de rest te ongeloofwaardig voor woorden is. Ze kiezen dan bijna allemaal voor de gewenste maatregel.” “Maar dat is geniaal! Hoe passen we dat hier toe?” “Nou, we hebben in onze gelederen een begenadigd spreker, een rechtse rakker. Als we die nu een te rechts clubje laten oprichten, dat het gepeupel op hun gevoelige punten aanspreekt en dat steeds net over de grenzen van het fatsoen heen gaat, dan komen de mensen die zich door hem aangesproken voelen voor een groot deel vanzelf bij ons terecht.”
Het bleek een geniale zet, de VVD heeft goed gedraaid met de PVV als motor. Geert deed het goed. Als je als geblondeerde halfbloed-indo met een vrouw uit het voormalig Oostblok een groot deel van de Nederlanders kunt laten zeggen dat er te veel buitenlanders in je land zijn, dan doe je het niet slecht. Geert deed het zelfs te goed! En dus zagen we -weer in mijn gedachten- dat zelfde clubje weer terug in dat zelfde achterkamertje en werd er besloten Geert terug te fluiten. “We sturen hem een tijdje terug in zijn hok en nemen voor het zekere een paar van zijn populistische uitspraken over.”

Na links en rechts komt het midden. Maar ho, wacht! We zijn Sybrand Buma vergeten. Ook hij en zijn voorgangers waren nu niet meteen mediafenomenen. Omdat het aantal christelijke gelovigen in ons landje al jaren gestaag daalt en ze, behalve in god, ook het geloof in de CDA zijn verloren, was het aantal stemmers tot een triest dieptepunt gedaald. En als je dan zelf geen ideeën hebt, dan kijk je af bij het beste jongetje van de klas. Zo geschiedde, dat ook Sybrand en consorten een draai richting rechts maakten en Sybrand ineens, op zijn minst licht, populistisch getinte uitspraken voor zijn rekening nam. En verrek, het werkte ook nog. Dat is nog eens de tegenpartij met eigen middelen bestrijden!

Het nieuwe midden wordt door Alexander Pechtold uitmuntend neergezet: het heertje dat sociaal probeert te doen. D66 blijft er een beetje tussen in zweven en trekt zo veel twijfelaars.

Dan blijven de idealisten over. En die hebben zowaar een beginnende ster in hun midden: jong, brown-eyed, famous (met dank aan de Opposites) Jesse! Jesse heeft toch maar mooi Groen Links in zijn eentje een boost gegeven en zo verreweg het grootste deel van de voormalig socialisten naar zich toe getrokken. Ik vermoed voornamelijk de vrouwen en/of de jongeren. Jaaaa dames, ik weet het. Ik spreek als een jaloerse oude zak! Wat dan meteen mijn punt kracht bij zet.
Al is Jesse nog zo goed gebekt, toch twijfel ik nog een beetje of hij een blijvertje is. De tijd zal het leren.

Wat overblijft is het enig lichtpuntje van deze verkiezingen: Marianne Thieme en haar Partij voor de Dieren.
Ik zeg trouwens vaak per vergissing van in plaats van voor. Dat leidt dan soms tot verontwaardiging. Marianne zal het waarschijnlijk niet erg vinden want we zijn immers allemaal dieren. Maar dat ter zijde.
Marianne mag dan wel haar hoofd, zowel de buiten- als de binnenkant, mee hebben, ze heeft niet het charisma om meutes over de streep te trekken. Maar de ideeën en de volharding hebben het dan toch maar gedaan; ze wist een relatief grote winst binnen te slepen.
En laten we nu eerlijk zijn. Als we even het IKKE-denken vergeten en heel diep in ons hoofd en hart kijken, dan heeft ze gewoon gelijk. Het is niet vijf voor twaalf voor deze wereld maar eerder tien over! We hebben met onze zucht naar welvaart en economische groei de hele aardkloot naar de verdoemenis geholpen. Alleen met veel inzet en een hoop geluk kunnen we het tij nog keren.
We weten het allemaal maar we zijn te laf om er wat aan te doen! Ik ook.
Ook ik sta iedere ochtend op in een comfortabel verwarmd huis. Sta -te lang- onder een te hete douche. Stap vervolgens in de, hiervoor aangeschafte, tweede auto om de wel 9 km naar mijn werk te rijden, terwijl er een vrijwel ongebruikte, nagelnieuwe maar 9 jaar oude fiets in het hok staat. Rijd aan het eind van de dag naar huis waar ik geniet van mijn, liefst zo groot mogelijk, stuk vlees en zak vervolgens op een stoel om even te luisteren naar mijn exorbitante hifi. En dan stap ik in het weekend in vol ornaat op mijn dure racefiets, even een stukje fietsen. Om gezond te blijven!

Geschreven op mijn -veel te dure- iPhone.

Geef een reactie