De Cirkel – 1. Mark

Gedachtenspinsels van twee koppels. Vandaag de gedachten van Mark, de anderen komen één voor één aan bod.

Joost

Een verhaal is pas een verhaal als het verhaal een verhaal is. Jezus, dat had hij ècht gezegd. Wat een lullo is het ook. Zo’n kunstenmaker, een verfkliederaar die nog nooit iets behoorlijks op het doek heeft gezet en leeft van zijn vrouw, die hij ook nog eens te pas en te onpas bedriegt met veel te jonge meiden. Dat ze het pikt! Joost -toeval bestaat niet- mag weten hoe hij het doet. Joost de Vries, maar op zijn kladderwerk staat Carotte, dat doet het beter. Carotte, want hij had blijkbaar ooit peentjeskleurig haar, maar ook dat is geverfd.
Eén van die gasten die eerst wat produceert en dan er een verhaal bij verzint dat het product moet verklaren. Je kunt namelijk nooit zien wat het moet uitbeelden. Een echte kunstenaar doet dat andersom, bedenkt eerst wat hij gaat maken.

“IK maak Kunst, kunst met een grote K. Jij, jij bent een broodschrijver, een klerk van het establishment.” Zegt Joost.
Kunst, laat me niet lachen. Aan die rommel is de enige kunst het verkocht te krijgen. Kunst is… tja, Rembrandt, van Gogh of Mondriaan voor hij Lego uitvond, of was het gewoon mislukt glas in lood? Kunst is Rodin of Vigeland. Kunst is de rijp ‘s ochtends vroeg op een tak, het zonlicht dat de rondingen van een vrouw benadrukt die nog naakt ligt na te soezen op bed, de donshaartjes die haast transparant het licht filteren.
“Je hebt het niet in je. Blijf nou maar bij je stukjes.” Hij heeft het niet eens gelezen maar aan de kant gegooid na een paar bladzijden, de klootzak.

God wat heb ik een hekel aan die vent.
Dan zijn vrouw, Esther…

Esther

Wat een vrouw! Zij heeft het wèl gelezen, wist haar commentaar zo te brengen dat ik het wel 10 keer had willen horen. En dan die benen, dat is pas kunst.

Daar zul je haar hebben. Eigenlijk best wel een wijvenauto, die Audi TT. Wit. De kleur van de onschuld. Nou, dat weet ik zo net nog niet. Ze doet gewoon waar ze zin in heeft, lijkt me. Managing director van een reclamebureau op je -wat zal ze zijn, 35? Hooguit!- dan moet je ook wel wat haar op de tanden hebben.

Daar heb je die benen weer. Wat een hakken, vast Madden. Nu komt ie, ja, het haar weer los, effe schudden…, iedere dag, of ze het erom doet. Zou ze weten dat ik sta te kijken? En zou dat blond echt zijn?
Lekker kort jurkje vandaag, Esther. Goh, als ik jou toch eens… Ah, die hakken zitten dus niet zo lekker. Zó, op blote voeten, zie je er nog beter uit.

De broodschrijver

Maar waarom zou ze me zien staan? Zo’n sul die al 25 jaar hetzelfde doet. Stukkies schrijven. Als het nou nog iets spectaculairs was, de Rolling Stone, National Geographic of zo, maar voor de thuiszorg, wie wordt daar nu warm van?
Meer dan een jaar weggegooid omdat ik een boek moest schrijven. Maar wat stelt het voor? Niets, nada. Niemand wil het hebben, ergens heeft die zak van hiernaast nog gelijk ook.
Als ik er nou nog uitzag als… tja, wie. Maar ik zie er uit als een leraar van het vmbo die net acht uur lang de meest vervelende groep gehad heeft. En dat drie maanden lang.
Afgeleefd, moedeloos.
Dat ik loop te kwijlen als een Pavlov-hond zodra ze in de buurt is, doet ook geen goed. Het valt, geloof ik, ook een beetje op. Isa’s ogen schieten in ieder geval al vuur als ze de naam Esther hoort.

Isa

Ach ja, dan zit er in ieder geval nog wat leven in. Net zo uitgeblust als ik. Mooi stel zijn we. Uit pure ellende zullen we wel bij elkaar blijven tot aan het einde. Samen in “Roest rust”, man, we zijn nu al op sterven na dood.
Isa… niet dat ik last van haar heb, ze is lief, doet haar ding maar tja…

Voor die oudjes schijnt ze geweldig te zijn en dat geloof ik ook wel. Maar als ze thuiskomt zit er nauwelijks leven meer in, laat staan een beetje passie.

Eigenlijk mag ik niet klagen. Ze is lief, zorgzaam, ze doet alles zonder klagen maar… ik mis seks, warmte, noem maar op, überhaupt een reactie. Behalve dan die blik als het over Esther gaat, nou ze doet maar.
Mijn boek, zelfs daarop kwam geen commentaar. “Knap Mark.” Dat was het wel.

Isa, ooit was ze zo… het draaide om ons. Ze hing als een warme sjaal om me heen, kon nooit genoeg van me krijgen. Ze sprankelde. Ze kon me moeiteloos om haar vinger draaien. God, wat was ik dol op haar. Nu is ze een marmeren beeld, een robot die ’s morgens aangaat en ‘s avonds weer uit.

Geef een reactie