Over taal

Taal is altijd belangrijk voor mij geweest. Niet dat het onderwerp taal of het taalonderricht me ook maar enigszins interesseerde, maar lezen; dat was het helemaal.

Meneer pastoor

Nu waren boeken een schaars goed bij ons thuis maar op een gegevens moment kwam ik erachter dat meneer pastoor een bibliotheek had. Daar kon je blijkbaar boeken lenen. Mijn nieuwsgierigheid won het na enige tijd van mijn angst en met lood in de schoenen ben ik naar de kerk gegaan. Daar moest ik een trapje opklimmen in een aanbouw aan de achterkant van de kerk. Eenmaal boven kwam terecht op een schimmige zolderverdieping waar meneer pastoor zat te wachten achter een keukentafel. Meneer pastoor bleek gelukkig een aardige man, die mijn naam op een kaartje schreef en toen hij dat gedaan had, uitlegde dat ik een boek mocht uitzoeken. Dat moest ik hem dan laten zien, dan zou hij dat boek op het kaartje schrijven en mocht ik het boek mee naar huis nemen om te lezen. De volgende week mocht ik het boek dan komen ruilen.

Met dat eerste boek angstvallig in mijn handen geklemd ben ik als een raket naar huis gesprint. Daarna was ik niet meer te stuiten.

Leesmanie

Later kwam er nog een echte bibliotheek in het dorp, op zo’n 100m afstand van huis. Daar mocht je als kind op woensdagmiddag heen en zowaar wel vijf boeken meenemen en je mocht daar ook lezen. Dat dat mooi was, daar kwam ik al snel achter, want dan kon je er al vast ééntje lezen en ook nog vijf mee naar huis nemen. Dat was bijna genoeg voor de hele week!

In de vijfde klas had ik de boeken voor kinderen gehad (gelezen bedoel ik, sommige meermaals) en mocht ik me, nadat mijn schoolmeester hiervoor een briefje had geschreven) wagen aan boeken voor volwassenen. Studieboeken wel te verstaan, want die romans dat ging nog wat te ver, vond men in de bieb.
Ergens halverwege de middelbare school kwam ik op het punt dat ook de voorkeursromans gelezen waren en dat ik bij de A begonnen ben en me richting de Z ging werken. Hoe ver ik uiteindelijk gekomen ben, kan ik me niet meer herinneren. Op mijn 16e ben ik verhuisd naar de stad en die bieb was veel groter en… ze hadden LP’s. Muziek is mijn tweede liefde en toen de LP-afdeling een heuse losstaande mediatheek werd heb ik daarvoor gekozen. Lezen ben ik echter altijd blijven doen.

Beleving

Taal (en muziek ook overigens) is voor mij een vorm van expressie. Een boek neemt je mee of biedt informatie, al of niet op boeiende wijze. In romans worden beelden geschapen, stemmingen opgeroepen, personen tot leven gebracht en nog veel meer, er gaan werelden voor je open. Een boek kan je aan het lachen brengen of je laten huilen, je inzichten geven in het leven van anderen, je meesleuren in avonturen, je meenemen terug in de tijd, naar de toekomst, ja zelfs werelden tonen die niet bestaan en die ook nooit zo zullen bestaan omdat je ze deels zelf creëert. De schrijver werkt samen met je eigen fantasie een beleving uit die geen enkele filmmaker ooit voor je kan scheppen, juist omdat film alleen kijken is. Bij een film wordt bijna alles voorgekauwd, alleen de echte meesters laten stukken open voor jou, als kijker, om zelf in te vullen.

Taal was mijn zwakke punt

Op school, de basisschool daargelaten misschien, was taal altijd mijn zwakke punt. Frans heeft me het atheneum gekost, Duits kon ik gelukkig snel laten vallen met een 4 of 5 op mijn cijferlijst en bij Nederlands en Engels kon ik me jarenlang het vege lijf redden met een mager zesje.

Grammatica had voor mij geen meerwaarde, voegde niets toe en deed niets af aan wat taal mij bood. Ik kan nu, 45 jaar later, nog alle Duitse rijtjes opdreunen voor de naamvallen. Waarbij ze horen en wat ik er mee moet? Het zal me een worst wezen. Als ik ooit serieus Duits zou moeten schrijven zou ik het waarschijnlijk relatief snel leren. Duits is namelijk mijn tweede taal. De boeken van Duitse schrijvers maar ook andere boeken die ik in het Duits kan krijgen van bijvoorbeeld Scandinavische schrijvers (zoals Hesse, Kafka, Böll, Grass, Borchert maar ook Knausgard en Staalesen) lees ik meestal in het Duits. Dat voegt wat toe en houdt mijn Duits mooi op peil. Engelse boeken lees ik wat minder vaak omdat veel vakliteratuur nu eenmaal ook al in het Engels is. The Correspondent is ook een aanrader.

Lezen, begrijpen en spreken is me, zowel bij het Duits als het Engels met de paplepel ingegoten, met Duitse televisie en, iedere twee jaar andere, Engelse buurkinderen. Toen ik in mijn eindexamenjaar ineens in de 8 à 9 regionen kwam bij Engels (mijn enige overgebleven vreemde taal, omdat dat nu eenmaal moest) vond ik dat zelf dan ook niet zo verwonderlijk maar viel de mond van mijn lerares open. De woordenlijsten en andere onzin waren vervangen door luistertesten en begrijpend lezen. Kassa!

45 jaar later

Nu ben ik steeds meer met taal bezig. Op een gegeven moment moest ik gebruikersdocumentatie schrijven bij software. Al snel bleek ik de enige te zijn die dat leuk vond, even later bleek ik ineens de taalnazi te zijn van het bedrijf want, grrr…, wat kon ik me ergeren aan volkomen verkeerd geschreven zinnen. Zinnen die niet liepen, die iets anders betekenden dan wat de schrijver bedoelde, die volkomen onbegrijpelijk waren en/of stikten van de taalfouten. Ik, dat gastje dat met pijn en moeite een 6 had weten te halen voor Nederlands op mijn cijferlijst van de havo.

Maar enfin, ik ben steeds meer gaan schrijven en wordt tegenwoordig zelfs met regelmaat gevraagd teksten te corrigeren of redigeren. En… het is leuk!
Nog steeds wordt ik er een beetje kriegel of zelfs verdrietig van als ik zie wat sommige mensen schrijven, hoe slecht het taalbesef van de gemiddelde Nederlander tegenwoordig is. Dat wel. Niet dat ik zo geweldig goed schrijf of zelfs maar een moment denk dat ik foutloos schrijf. Toch heb ik vaak de neiging om te schreeuwen: Lees eens wat anders als ondertitels!

Taal is mooi

Taal is gaan leven, door het lezen, door het actiever bezig zijn met schrijven.

Je voelt de verbanden beter aan, ziet overeenkomsten tussen talen. Het is prachtig om te zien hoe de regionale talen en plaatselijke dialecten, verspreid over (meer dan) het hele land, overeenkomsten vertonen. Dat is ook wat me uiteindelijk heeft aangezet tot het schrijven van dit stukje: In een artikel in Onze Taal werd een tekst van Multatuli aangehaald uit Woutertje Pieterse. Daar werd gesproken over een tas koffie. In Amsterdam! Ik maar denken dat dat alleen in het Limburgs gebruikt werd…

Dit soort overeenkomsten zie ik steeds meer. Blijkbaar zijn er veel oud-Nederlandse woorden bij, of zijn woorden op andere wijze verspreid over het hele land.
Ik kocht vroeger schoenen bij de Sjoon Sjoon Sjoe Sjop in Roermond, waar sjoon niet alleen staat voor schoon/mooi maar ook het meer- en enkelvoud is van schoenen (prachtige naam trouwens) en hoor dat mijn Fryske echtgenote het heeft over skuon. Je hoeft dan geen Fries meer te kennen om te weten waar ze het over heeft.

Je gruwelt of lacht over rare taalkronkels zoals spatiefouten (lik ballen / likballen), taalmissers (paus op non actief / paus op non-actief) en kunt zelfs de meest vreselijke kop, zoals bijvoorbeeld deze die mij werd voorgelezen uit een online artikel van de Telegraaf (Urenlange erectie bijwerking corona), direct van respons dienen. (Eindelijk eens geen slap gelul in de Telegraaf)

Taal is geweldig!

Geef een reactie