De Cirkel – 3. Joost

Isa

Dag buuv. Zie dat nou lopen. Volkomen van de wereld, gedachten ergens in Verweggistan. Het is ook zo’n muts. Je ziet haar niet, hoort haar niet. Ze ziet er ook nooit uit. Afgeleefd, en van die zakken aan, zodat je niet eens weet wat eronder zit. Niet echt iets om eens lekker mee te sporten, om het zo maar te zeggen. Ha. Hoewel, die ene keer toen ze met Esther had staan praten… toen zag ze er anders uit, Ze rilde en zelfs dat vormloze geval dat ze aanhad kon niet verhullen dat ze het koud had maar er was iets met haar blik… Ik bood haar zelfs mijn jasje aan. Sukkel, ze is veel te suf om wat te proberen, die zit over 40 jaar nog met dat sulletje achter de geraniums te staren.

Mark

Die gast is echt een mongool. Denkt dat hij heel wat is. Net of ik niet merk hoe hij tegen mij aankijkt. Pure minachting. Ik leef tenminste, dat kun je van hem niet zeggen. Schrijver, last me niet lachen. Wat tekstjes in elkaar broddelen voor een ziekenhuis of zo, dan ben je nog geen schrijver. “Er komt een hoop creativiteit bij kijken”. Man zeik toch niet. Je bent net zo creatief als een deur. Dan mijn werk, dat is wel effe wat anders.

De Kunstschilder

Het gaat echt lekker de laatste tijd. Al mijn emoties kan ik nu mooi vangen, dat lukt me beter dan ooit. Het spat van het doek af. Onbegrijpelijk dat niet meer mensen dat zien. Zou ik maar meer verkopen, dan kon ik eindelijk van Esther af. Vrij zijn. Niet dat ze me veel in de weg legt maar het voelt als een gevangenis. Had ik het maar nooit gedaan. Maar dan… hoe had ik rond moeten komen? Een baan is nog erger. En dan dat mannetje vrouwtje spelen, ik wordt er doodziek van. Gelukkig lijken de meiden het zelfs wel een beetje spannend te vinden, gevleid dat ik ze wil, terwijl ik zo’n goed uitziende, geslaagde zakenvrouw als vrouw heb.

Esther

Want ze mag er best zijn. Verrekte zonde dat ze nooit een keer… stomme pot. Vet irritant, met haar dik salaris en altijd dat gezeik, “ ik betaal wel alles, hè Joost”.
Mevrouwtje manager komt thuis en even later loopt ze er bij als de eerste de beste sloerie, altijd op blote poten en veel te weinig aan. Gek wordt ik ervan. Als je nou maar eens zag dat ze met een andere meid bezig was, maar ook dat zit er niet in. Ze is meer een vleesgeworden robot, eentje die helemaal niet aan seks of gevoel doet, alleen wat speelt om mij gek te maken. Moet je haar daar nu weer zien liggen, dat lijf, die benen. Maar niks hoor.
Mijn schilderen vindt ze ook al niets. “Beetje kladderen, hè Joost. Meer hoeft het mannetje niet te doen hè. Het stelt ook niets voor. Prutswerk! En dan nog klagen ook. Een luis op mijn pels, leven als God in Frankrijk. Je weet niet half hoe goed je het hebt, zonder mij had je niets te vreten en zagen die lellebelletjes je echt niet staan. Een geslaagde schilder, poeh. Ze moesten eens weten.”
Een stomme kut is het, een zeikwijf. Kon ik verdomme maar zonder haar, dan was ik weg voor ze er erg in had. Maar ja, met zo’n lijf, zo’n baan heeft ze in no-time een of andere loser om de schijn weer hoog te houden.

Geef een reactie